|
Rapportage
•4.1 Leerlingvolgsysteem
Om het ontwikkelingsverloop van het kind in de eerste vier levensjaren goed in kaart te kunnen brengen én om goed in te spelen op het verdere verloop (doorgaande lijn) gedurende de basisschooltijd, willen we met ouders van vierjarigen een intakegesprek houden. Leidraad voor dit gesprek is het formulier: "Intakegesprek jonge kleuters".
Het gesprek moet ouders het positieve gevoel geven dat de school goed met het kind van start wil gaan. De school krijgt op die manier een goede indruk van het kind.Het dagelijkse werk van de kinderen wordt nagekeken en beoordeeld. Daarnaast wordt door de leerkracht gekeken hoe het kind zich sociaal-emotioneel ontwikkelt.
Ter afsluiting van een leerstofonderdeel volgt er veelal een methodegebonden toets. De leerkracht houdt de vorderingen van de kinderen bij in een registratiesysteem.
Voor de volgende onderdelen worden één of meerdere methode-onafhankelijke toetsen afgenomen (volgens het Cito Leerlingvolgsysteem):
- ordenen (groep 1 en 2);
- taal voor kleuters (groep 1 en 2);
- ruimte en tijd (groep 1 en 2);
- luisteren (groep 3);
- rekenen en wiskunde (groep 3 t/m 8);
- spellingvaardigheid (groep 3 t/m 8);
- spellingvaardigheid werkwoorden (groep 7 & 8);
- drie-minuten-toets (groep 3 t/m 8);
- begrijpend lezen (groep 3 t/m 8);
- leestechniek en Leestempo (groep 3 t/m 8).
Aan het einde van groep 6 en 7 vindt de Cito Entreetoets plaats. Deze toetst de opgedane kennis tot dan toe. Dit is voor de leerkracht een graadmeter om te bepalen wat de opbrengsten van het onderwijs zijn. Bovendien maken deze resultaten duidelijk aan welke onderdelen het komende jaar extra aandacht moet worden besteed.
Overige toetsen:
- Engels ( groep 7 en 8);
- leeswoordenschat (groep 6 t/m 8).
We volgen alle kinderen op cognitief gebied. Het is echter belangrijk om de kinderen ook te volgen op sociaal-emotioneel gebied. We gebruiken hiervoor de Pravoo-doorgroeikaart (EGGO). Hiermee worden alle kinderen tweemaal per jaar geobserveerd. Deze perioden zijn: september/oktober en januari/februari. Voor de vierjarigen die ná 1 januari op school komen gebruiken we de Pravoo Gedrags Kaart (PGK). Deze wordt eveneens tweemaal ingevuld: bij aanvang en na een aantal maanden onderwijs.
•4.2 Rapportage
Van ieder kind wordt een leerlingendossier bijgehouden. Daarin worden gegevens opgenomen over het gezin, de leerlingbesprekingen, gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen en toets- en rapportgegevens van de verschillende jaren. De leerkracht beheert deze dossiers.
•4.3 Leerlingbespreking
Regelmatig bespreken de leerkrachten samen met de interne begeleider, hetzij in een bouwoverleg dan wel in individuele gesprekken, de ontwikkeling van alle kinderen en de groepsresultaten. Er wordt extra aandacht gegeven aan kinderen die om welke reden dan ook, speciale hulp nodig hebben.
•4.4 Rapportage aan ouders
Voor de kinderen van groep 1 en 2 wordt een verslag opgesteld dat driemaal per jaar met de ouders besproken wordt. De kinderen van groep 3 t/m 8 krijgen driemaal per jaar een rapport mee naar huis. De ouders worden bij alle rapporten uitgenodigd om het rapport met de leerkracht te bespreken in een 15-minutengesprek. Ook hiervoor ontvangen de ouders een uitnodiging.
Indien daartoe aanleiding is, worden ouders tussentijds uitgenodigd voor een gesprek. Ouders kunnen altijd een gesprek aanvragen met de groepsleerkracht over hun kind.
•4.5 Zorg voor kinderen met specifieke problemen
Een leerkracht kan signaleren dat sommige kinderen basisvaardigheden onvoldoende beheersen. Dit kan worden bevestigd door toetsen en schoolonderzoeken. Ook als ouders vinden dat de prestaties van hun kind achterblijven kunnen ze dit aangeven. De ouders spelen een belangrijke rol en hebben net als de school een grote verantwoordelijkheid. Voor iedere stap wordt met hen overlegd en om hun toestemming gevraagd. De groepsleerkracht formuleert een hulpvraag en bespreekt deze met de interne begeleider. Deze vraag kan ook worden voorgelegd aan collega's tijdens de leerlingenbespreking. De groepsleerkracht en/of de interne begeleider doen samen een onderzoek. Dat kan bijvoorbeeld bestaan uit het afnemen van toetsen en het observeren in de groep. Aan de hand van de uitkomst van dit onderzoek wordt, indien noodzakelijk, een uitgebreid individueel handelingsplan opgesteld voor een langere periode (8 weken tot een jaar). Dit kan onder andere een eigen leerlijn op een of meerdere leergebieden bevatten.
•4.5.1 Verkennend onderzoek
Om greep te krijgen op de schoolprestaties kan de IB-er een verkennend onderzoek verrichten. De functie hiervan is dat we informatie verkrijgen over de sterke en zwakke kanten van een kind om van daaruit meer gerichte hulp te bieden. Bij sommige kinderen kan meteen worden overgegaan tot hulpverlening. Bij andere kinderen is het nodig verder onderzoek te verrichten. Vervolgens stellen groepsleerkracht en IB-er een handelingsplan op. Dit wordt met ouders besproken tijdens een zorggesprek.
4.7.2 Handelingsplan en remediërend onderwijs
De groepsleerkracht zal het handelingsplan uitvoeren middels extra hulp in de klas binnen schooltijd. Het plan beslaat meestal een periode van zes tot acht weken. Na afloop hiervan vindt er een evaluatie plaats. Het klassikale, frontale onderwijs verdwijnt langzamerhand en elk kind wordt zoveel mogelijk op zijn/haar specifieke onderwijsbehoeften aangesproken. Er wordt meer en meer zelfstandiger gewerkt. Daarbij wordt er een beroep gedaan op klasgenoten, zodat kinderen gezamenlijk of in kleinere groepjes op zoek gaan naar oplossingen. Leren van en met elkaar heeft veel voordelen. Hierdoor creëert de leerkracht ruimte om instructie te geven aan die kinderen die dat specifiek nodig hebben (met behulp van bijvoorbeeld de instructietafel). In sommige gevallen is het nodig om deskundigheid van buiten de school aan te trekken bijvoorbeeld via de schoolbegeleider van de onderwijsbegeleidingsdienst of ondersteuning voor de leerkracht vanuit het speciaal onderwijs door de ambulante begeleider. Andere deskundigen kunnen in overleg met ouders ingeschakeld worden. Daarbij kan men denken aan Bureau Jeugdzorg of GGD. Het is aan de ouders of de school bij externe deskundigen betrokken wordt. Een goede samenwerking tussen ouders, deskundigen en school is natuurlijk van groot belang. Zo kunnen wij ervoor zorgen dat aan uw kind alle mogelijke zorg wordt verleend. Deze vorm van "zorgverbreding" kan (een te snelle) verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs voorkomen. In het kort zien we de volgende structuur:
- begeleiding vindt plaats in de klas door de leerkracht;
- bij uitval maakt de leerkracht (indien nodig m.b.v. IB) een HP en voert het uit;
- plan opzetten indien mogelijk in overleg met de leerling;
- ouders worden in kennis gesteld;
- na 6/8 weken evalueren en plan afsluiten, eventueel vervolgplan opzetten;
- inbreng in de zorg als inspanning van leerling en leerkracht onvoldoende rendement oplevert; zie schema (na bespreking met IB);
- voor inbreng in de zorg wordt een HGPD ingevuld;
- onderzoek vindt normaal gesproken alleen plaats als al deze stappen doorlopen zijn.
Kortom:
|
Stap 1
|
Observatie en interpretatie van toetsgegevens(CITO en/of methodegebonden) sociaal-emotionele gegevens (EGGO).
|
|
Stap 2
|
Maken van een HP in overleg met leerling.
|
|
Stap 3
|
Tweede HP n.a.v. evaluatie eerste HP.
|
|
Stap 4
|
Inbreng in leerlingbespreking na overleg met IB (nog niet in de zorg); reguliere formulier invullen.
|
|
Stap 5
|
Derde HP n.a.v. leerlingbespreking.
|
|
Stap 6
|
Overleg met IB over wel/niet in de zorg; HGPD invullen als leerling in de zorg gaat.
|
|
Stap 7
|
Consultatie Consent/BCO.
|
|
Stap 8
|
Onderzoek aanvragen.
|
|
Stap 9
|
Begeleiding/ Rugzak aanvraag.
|
|
Stap 10
|
Overgang naar speciaal onderwijs.
|
De extra ondersteuning in/buiten de groep is bedoeld voor de zorgleerlingen en wordt op papier verantwoord in een handelingsplan (HP). Dit HP wordt gemaakt door de groepsleerkracht/IB. Deze plannen worden aan de ouders bekend gemaakt en met de ouders besproken tijdens een oudergesprek. Het HP en de evaluatie hiervan worden ook met de leerling besproken. Rugzakleerlingen (leerlingen met leerling gebonden financiering; LGF) worden begeleid door de IB.
4.7.3 Zorg voor meerbegaafde kinderen
Ook deze kinderen kunnen zorgkinderen zijn. Als de school niet uitdagend genoeg is, te weinig tegemoet komt aan de specifieke behoeften van deze kinderen, kan er een situatie ontstaan waarin zij zich niet prettig voelen op school.
Dit schooljaar zullen we deze leerlingen waar mogelijk extra uitdaging bieden binnen de reguliere klassensituatie, altijd in overleg met ouders. Hiervoor heeft de school speciale middelen aangeschaft.
4.7.4 Zorg voor langdurig zieke kinderen
Het komt voor dat kinderen lange tijd geen onderwijs kunnen volgen door ziekte. We bedoelen hier kinderen die langer dan drie weken ziek zijn. Uiteraard hebben deze kinderen ook recht op onderwijs. Bij de begeleiding van langdurig zieke kinderen (LZK) kunnen wij de hulp inschakelen van Consent. Een consulent "onderwijs aan LZK" kan de school ondersteunen bij het opzetten van een onderwijsbehandelplan (uitwisselen van gegevens, opstellen van een handelingsplan, geven van informatie aan de andere ouders en kinderen van de groep). De contacten met de consulent verlopen voornamelijk via de leerkracht, daarbij ondersteund door IB-er. Met toestemming van de ouders wordt de consulent ingezet voor coaching van de leerkracht én voor het geven van onderwijs aan het betreffende kind. Zonder toestemming van de ouders wordt de consulent alleen ingeschakeld voor coaching van de leerkracht. Regelmatig vindt overleg plaats met ouders en alle betrokkenen, worden handelingsplannen geëvalueerd en nieuwe afspraken gemaakt. De consulent LZK kan hulp geven bij:
- contacten tussen ouders en instanties;
- verblijf in ziekenhuis;
- langdurig verblijf thuis;
- geven van informatie;
- de terugkomst op school.
Voor ons is het van groot belang dat het langdurig zieke kind betrokken blijft bij school en zijn/haar groepsgenoten en indien mogelijk onderwijs kan volgen.
4.7.5 Zorg binnen stichting Swalm en Roer
Samenwerking met externen via het Zorg en Advies Team (ZAT) Elke school moet er voor zorgen dat de leerlingen zo goed mogelijk de school doorlopen. Soms is daarbij extra zorg nodig. Dat kan zorg zijn op het gebied van leren, maar ook zorg op het gebied van gedrag, of zorg omdat een leerling niet lekker in zijn vel lijkt te zitten. Soms heeft de school bij het begeleiden van zorgleerlingen hulp van anderen nodig. De school werkt daarvoor samen met mensen die deskundig zijn op dat gebied, b.v. mensen van de onderwijsbegeleidingsdienst, of mensen van Bureau Jeugdzorg (BJZ), en het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). Net zoals de meeste andere scholen in Roermond en omgeving, werkt de Hubertusschool samen via een ZAT. Dit betekent een Zorg en Adviesteam. In het ZAT zit een vaste medewerker van school (de intern begeleider), en ook vaste medewerkers van BJZ, AMW en Jeugdgezondheidszorg. Als het nodig is, kunnen er soms ook andere deskundigen bij zitten, b.v. de leerplichtambtenaar, of iemand van de onderwijsbegeleidingsdienst, of ambulante begeleiders vanuit het speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. Wij willen er zo voor zorgen dat er op tijd de goede zorg wordt gegeven, het liefst als de problemen nog niet te groot zijn. Ook willen we dat school en deskundigen buiten de school goed samenwerken, en samen één plan maken voor een kind. We hopen dat de drempel naar de hulpverlening niet zo hoog is als we vanuit de vertrouwde omgeving van de school de zorg aanbieden of op gang brengen.
De werkwijze Op geregelde tijdstippen (minimaal 4 maal per jaar) komt het ZAT op school bij elkaar om te spreken over leerlingen die extra zorg nodig hebben. Ook buiten de bijeenkomsten van het ZAT houdt de intern begeleider, als dat nodig is, contact met de betrokken instellingen. In het ZAT wordt besproken hoe we met een bepaald probleem om kunnen gaan. Kan de intern begeleider zelf aan de slag, of is er hulp nodig van de deskundigen? En welke hulp is dan het beste? Ook bespreken we wat er gebeurd is met de leerlingen die tijdens de vorige bijeenkomsten besproken zijn. Is de hulp al gestart? Heeft het gewerkt? Moeten we nog andere afspraken maken? Verder kunnen we vanuit het ZAT nog de volgende dingen doen:
- bespreken wat de intern begeleider of de leerkracht nodig heeft aan adviezen om zelf met het probleem verder te kunnen;
- een gesprek houden op school met de ouders om adviezen te geven of om te proberen dat de ouders hulp aanvaarden;
- het kind bekijken in de klas om te zien hoe het daar met hem gaat;
- de plannen van school en de plannen van de hulpverlening goed bij elkaar aan laten sluiten, zodat het één plan wordt voor een kind;
- hulpgesprekken organiseren op vraag van de ouders zelf;
- hulp of gesprekjes vanuit jeugdzorg of maatschappelijk werk organiseren met de kinderen zelf.
Als we een leerling willen bespreken in het ZAT of met andere hulpverleners, zal de school hiervoor altijd eerst schriftelijk toestemming aan de ouders vragen. Het is mogelijk om een leerling anoniem te bespreken in het ZAT wanneer ouders geen toestemming hebben gegeven.
Omgaan met leerlinggegevens De gegevens van de leerlingen die de school verzamelt in het ZAT, maar ook de informatie die de school krijgt van de ouders, of de meer algemene informatie over de leerling (zoals de naam en het adres, het verzuim, de toetsresultaten, enz.) komen allemaal in het leerlingdossier van de leerling te staan. Al deze informatie is nodig om de leerling goed onderwijs en goede zorg te kunnen geven. We gaan heel zorgvuldig om met deze gegevens. Dat moeten we ook, omdat dat valt onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Wilt u meer weten over deze wet kijk dan op http://www.cbpweb.nl. Deze wet is er om ervoor te zorgen dat gegevens over personen zorgvuldig gebruikt worden, en dat er geen misbruik van deze gegevens gemaakt wordt. Daarom mogen de gegevens van het leerlingdossier alleen binnen de school gebruikt worden. De ouders moeten dan ook altijd eerst toestemming geven als de school informatie over de leerling wil bespreken met anderen, of als anderen informatie over een leerling willen vragen bij de school. Als u vragen hebt over het leerlingdossier of over het zorgoverleg in de school, neem dan contact op met de interne begeleider: Liesbeth Oosterholt (groep 1 t/m 4) of Lieke Geene (groep 5 t/m 8)
Samenwerkingsverband Swalm en Roer Onze school participeert in het samenwerkingsverband Swalm en Roer dat bestaat uit 26 basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs. Deze scholen zijn verspreid over twee gemeenten: Roerdalen en Roermond. In het SWV Swalm en Roer functioneren 2 schoolbesturen:
- Stichting Swalm en Roer voor Onderwijs en Opvoeding;
- Stichting Pallas te Arnhem.
Het beleid is vastgelegd in het Zorgplan 2008-2009. Dit beleidsplan vormt de basis voor het onderwijskundig beleid en met name het zorgbeleid van alle scholen. In beleid staat de volgende visie centraal: De beste zorg voor leerlingen is goed onderwijs. Het is goed onderwijs waar het SWV Swalm en Roer voor wil gaan. Voor het samenwerkingsverband is de ideale school een school waar iedere leerling, meer, minder of anders getalenteerd, zich kan ontpooien in een prettig klimaat. Basisgedachte hierbij is dat verschillen tussen leerlingen vanzelfsprekend zijn. Wij hebben te maken met veranderende kinderen in een veranderende omgeving. Het vraagt, naast een grote inzet, andere accenten op pedagogische en didactische kwaliteiten om zo goed mogelijk bij de verschillen en behoeften van leerlingen aan te sluiten. Het inhoudelijk beleid wordt geïnitieerd en aangestuurd door een coördinator die functioneert onder leiding van het bestuur van het samenwerkingsverband. Uitvoering van het beleid vindt hoofdzakelijk plaats op schoolniveau onder verantwoordelijkheid van directies en IB-ers. Daarnaast kunnen werkgroepen worden gevormd die activiteiten uit het Zorgplan voorbereiden, uitvoeren of coördineren. In het Samenwerkingsverband functioneert een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). De PCL heeft tot taak te beoordelen of en welke bovenschoolse zorg voor een leerling noodzakelijk is en of een SBO beschikking gewenst is. De taken, verantwoordelijkheden en werkwijze van de PCL zijn nader uitgewerkt in het Huishoudelijke Reglement PCL (met daaraan gekoppeld de klachtenregeling).
Vestigingsadres SWV Stichting SWV Swalm en Roer Postbus 606 6040 AP Roermond Telefoon: 06-46129670 Website: www.swv-swalm-roer.nl E-mail:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
Vestigingsadres PCL PCL - SWV Swalm en Roer Postbus 606 6040 AP Roermond
|