Gaat uw zoon of dochter binnenkort voor het eerst naar de basisschool? Dan is het belangrijk om op tijd een goede basisschool te kiezen voor uw kind. De Rijksoverheid helpt u daarbij met een digitale gids voor het basisonderwijs.
In de gids Basisonderwijs 2013- 2014 vindt u informatie over het kiezen van een school die bij u en uw kind past. Ook over de inhoud van het onderwijs, de gang van zaken op scholen en de wetten en regels voor het onderwijs staat veel in deze informatiegids voor ouders en verzorgers.
Kijk voor de digitale gids Basisonderwijs 2015-2016 op <www.rijksoverheid.nl>.

Procedure toelating van nieuwe kinderen

Wanneer u uw kind wilt aanmelden voor de Hubertusschool, kunt u het beste een afspraak maken voor een rondleiding door de school. Dit is het hele jaar door mogelijk. Deze rondleidingen worden door de directeur bij voorkeur onder schooltijd gegeven. Zo krijgt u een goed beeld van wat wij doen en hoe wij werken met onze kinderen. Tijdens de centrale aanmeldingsdag (laatste dinsdag in januari) worden in tegenstelling tot voorheen geen rondleidingen meer gegeven. Wel is de directie dan aanwezig om u te woord te staan en om u informatie en of een inschrijvingsformulier te overhandigen. Kinderen kunnen worden ingeschreven vanaf twee jaar, middels een inschrijfformulier. Dit is bij de administratie verkrijgbaar. Rond de derde verjaardag van hun kind krijgen ouders van de gemeente Roermond een oproep het kind aan te melden / in te schrijven bij een basisschool. De ervaring leert dat u beter niet kunt wachten tot die datum. Uiterlijk een maand na de centrale aanmeldingsdag, voorafgaand aan het schooljaar waarin uw kind instroomt, krijgt u, na ontvangst van het aanmeldingsformulier, van die ontvangst een schriftelijke bevestiging via email. Wanneer uw kind is aangemeld, betekent dit nog niet dat het zeker is van een plek bij ons op school. Voor definitieve plaatsing hanteert de directie een aantal uitgangspunten, waaronder:

  • de informatie van de ouders (en mogelijk externe deskundigen) 
  • de (mogelijk specifieke) zorg die het kind nodig heeft
  • de samenstelling en grootte van de groep
  • de gezinssituatie alsmede het feit of broertjes en zusjes al op school zitten
  • het moment van inschrijven

Grondslag van de school

Wanneer ouders weigeren om de grondslag van de school te respecteren, kan dit voor de school een reden zijn om een leerling niet toe te laten. Het is redelijk om dit van ouders te verlangen. Het is onredelijk om te eisen dat ouders de grondslag van onze school onderschrijven.

Wendagen en moment van instroom

In de periode tussen het bereiken van de leeftijd van 3 jaar en 10 maanden en de leeftijd van 4 jaar komt het kind, in overleg met de leerkracht, 5 dagen wennen op school. Tijdens deze wendagen mag het kind de hele dag naar school. Deze informatie wordt tijdens het intakegesprek gedeeld met de ouders. Het intakegesprek vindt plaats, ongeveer zes weken voordat het kind vier jaar wordt. Het doel van dit gesprek is om nader kennis te maken en informatie uit te wisselen over uw zoon/dochter, met de bedoeling het kind in de groep te plaatsen waar hij/zij het beste op zijn/haar plek is. De startdatum wordt vastgelegd op het moment dat duidelijk is, dat wij als school uw kind de zorg kunnen bieden, die het nodig heeft.
Het kan voorkomen dat gedurende het schooljaar een zogenaamde instroomgroep wordt ingericht. Het startmoment van deze groep hangt af van de kleuterinstroomgetallen en de beschikbare formatie. De instroomgroep is een homogene groep voor nieuwe kleuters. Afhankelijk van het aantal groepen waarmee het schooljaar daarna wordt gestart, maakt de directie in overleg met het team van de onderbouw een besluit over de verdeling van de kleuters over het bepaalde aantal groepen.
Waar kleuters normaliter beginnen vanaf hun vierde verjaardag is het bij de instroomgroep mogelijk dat deze start op een later moment valt. Dit om te voorkomen dat jongste kleuters voor één of twee maanden nog in een overvolle groep starten om daarna naar de nieuwe instroomgroep over te gaan. Wanneer de getalsmatige situatie anders vraagt zullen we instromers nooit langer dan twee maanden onderwijs onthouden. Om dezelfde reden kan het zijn dat, kleuters die vier jaar worden nog niet instromen, maar pas aan het begin van het nieuwe schooljaar starten. Hierbij hanteert de school dezelfde termijn als bij de start van een instroomgroep. We streven in beide gevallen naar een maximale uitstelperiode van twee maanden. Het komt nogal eens voor dat in het begin een hele week school voor vierjarigen erg vermoeiend is. In overleg met de leerkracht en de ouder worden hier afspraken over gemaakt. Vanaf vijf jaar zijn kinderen leerplichtig en worden de ouders geacht zich aan de school- en vakantietijden te houden. Een toegelaten kind moet in principe elke les volgen.
Van schoolgaande kinderen verwachten wij dat zij zindelijk zijn. Zeker bij de kleutergroepen kan wel eens ‘een ongelukje’ gebeuren, maar kinderen die niet zindelijk zijn, mogen door school worden geweigerd. Indien noodzakelijk moet er, i.s.m. ouders en op basis van actieve ouderparticipatie van ouders, een zindelijkheidstraining worden opgezet. In de tussentijd wordt in goed overleg afgesproken wie het kind wanneer verschoont. Primair zal dit niet een taak van de groepsleerkracht zijn.
Betreft aanmelding een kind afkomstig van een andere (speciale) basisschool of een kind met een handicap dat op onze school schriftelijk wordt aangemeld (bijvoorbeeld wegens een terugplaatsing, specifieke problemen, verhuizing of conflict), dan wordt bovenstaande procedure als volgt aangevuld.

1. Na de aanmelding wordt het kennismakingsgesprek gehouden door de directeur en/of de interne begeleider.
2. Er  wordt aan de ouders informatie gevraagd over de vorderingen en ontwikkelingen van het kind en er wordt contact gelegd met de huidige school om een beter beeld te krijgen van de ontwikkeling. Ook kijken we wat onze school kan betekenen voor het aangemelde kind.
3. In de besluitvorming worden naast eerder vermelde punten in de overweging ook de volgende uitgangspunten meegenomen:

  • er moet goede informatie voorhanden zijn vanuit de ouders/verzorgers aangevuld met gegevens van andere deskundigen.
  • het beeld van het betreffende kind dient, zowel op lichamelijk als geestelijk gebied, met name waar het de sociaal-emotionele ontwikkeling betreft, zo volledig mogelijk te zijn.
  • een reëel beeld van het verwachtingspatroon (voor zover dat mogelijk is) met betrekking tot de verdere schoolloopbaan en de ontwikkelingen van het kind.
  • duidelijkheid over de mate van betrokkenheid en/of vormen van ondersteuning waarop kan worden gerekend.

Voor kinderen met een handicap gelden voorts de volgende uitgangspunten en voorwaarden:

  • volgens vigerende wetgeving zijn de ouders/verzorgers verantwoordelijk voor de aanlevering van het volledige dossier.
  • de indicering door de CvI (Commissie voor Indicatiestelling). De indicatie geeft recht op leerlinggebonden financiering (“rugzakje”) bedoeld voor extra formatie, materialen, scholing, ambulante begeleiding e.d.
  • de besteding van het “rugzakje” wordt in overleg met de ouders, de school en de begeleidende instanties besproken. Dit leidt tot een handelingsplan.
  • het kind mag geen gevaar vormen voor zichzelf en/of zijn omgeving.
  • het kind mag geen belemmering vormen voor het onderwijsleerproces van de rest van de groep waartoe hij/zij behoort.
  • er moet een redelijke verwachting zijn dat het kind zowel op onderwijsinhoudelijk als op sociaal-emotioneel gebied kan voldoen aan de minimale doelstellingen zoals hieronder genoemd.

                       * minimale progressie van de natuurlijke ontwikkeling (ontwikkelingsdrang)
                       * het kunnen ontwikkelen van een relatie met begeleiders (o.a. leerkrachten)
                       * minimale intellectuele capaciteiten (leerbaarheid)

Het geheel zal steeds in verband gebracht moeten worden met de mate van zorgbreedte die op onze school kan worden geboden. De overweging wordt besproken in een teamvergadering of leerlingbespreking, waarna de directie een beslissing neemt.

4.     In het algemeen wordt bij de zorgleerling de procedure gehanteerd die is beschreven in het Zorgplan 2013-2014  van het Samenwerkingsverband.
5.     Het besluit tot wel of niet toelaten wordt aan de ouders schriftelijk of in een persoonlijk gesprek met een toelichting medegedeeld. Bij een positief besluit wordt het inschrijfformulier ingevuld. Verder wordt in overleg bepaald welke specifieke hulp aan dit kind geboden moet worden. Bij een negatief besluit wordt de ouders gewezen op beroeps-mogelijkheden. Indien het kind kan worden geplaatst zal dit, in overleg met de ouders, gebeuren na een vakantie.

In bijzondere omstandigheden kan onze school weigeren een kind toe te laten. Hierbij moet gedacht worden aan een kind dat verwijderd is van een andere school (crisisopvang), een kind met specifieke problemen dat een P.C.L.-beschikking heeft voor een speciale school voor basisonderwijs of een indicatie van een R.E.C.-instelling (Regionaal Expertise Centrum) of andere gewichtige omstandigheid. Bij het (mogelijk) weigeren van een kind zal de directie overleg plegen met het bevoegd gezag.